
Jurisprudentie
AV6224
Datum uitspraak2006-03-13
Datum gepubliceerd2006-03-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200601250/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2006-03-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200601250/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 2 januari 2006, kenmerk S1749\19967, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van drie voorschriften verbonden aan de bij besluit van 7 januari 2005 verleende milieuvergunning ten behoeve van een jachtwerf, op het perceel [locatie] te [plaats].
Uitspraak
200601250/1.
Datum uitspraak: 13 maart 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 2 januari 2006, kenmerk S17499967, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van drie voorschriften verbonden aan de bij besluit van 7 januari 2005 verleende milieuvergunning ten behoeve van een jachtwerf, op het perceel [locatie] te [plaats].
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 10 februari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 15 februari 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 maart 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door R.R.M. Clemminck, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De last strekt tot naleving van de voorschriften 1.1.1, 5.4.1 en 11.3.4. In voorschrift 1.1.1 is bepaald dat de inrichting schoon moet worden gehouden en in goede staat van onderhoud moet verkeren. Voorschrift 5.4.1 vereist de aanwezigheid van een actueel en door de commandant van de brandweer goedgekeurd calamiteitenplan. Voorschrift 11.3.4 ziet op markeringen op de opslag- of opstelplaats waar zich flessen met brandbare gassen of zuurstof bevinden en op de afstand die bij het roken of bij open vuur in acht moet worden genomen ten opzichte van deze plaats. De begunstigingstermijn voor het beëindigen van overtreding van voorschrift 1.1.1 bedraagt vijf maanden. De begunstigingstermijn voor het beëindigen van overtreding van de voorschriften 5.4.1 en 11.3.4 bedraagt twee maanden.
2.2. Blijkens het verzoekschrift strekt het verzoek om een voorlopige voorziening ertoe om meer tijd te verkrijgen om de overtredingen te beëindigen. Verzoekster wijst erop dat zij naar aanleiding van de controlebezoeken reeds een aantal maatregelen heeft getroffen. In verband met een bedrijfsongeval en een gebrek aan personeel binnen de inrichting is volgens haar echter meer tijd nodig om de gehele last uit te voeren.
Ter zitting heeft verweerder laten weten dat niet langer sprake is van overtreding van voorschrift 11.3.4. Wat de voorschriften 1.1.1 en 5.4.1 betreft acht verweerder, rekening houdend met de situatie binnen het bedrijf, de gestelde termijnen lang genoeg om naleving ervan te bewerkstelligen.
De Voorzitter ziet in hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder zich niet op dit standpunt heeft kunnen stellen. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van Dam, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Van Dam
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2006
441.

